EBO en verplichte energieaudits na 2026: wat is al duidelijk?

Een tussentijds overzicht voor energie-intensieve(re) bedrijven in Vlaanderen 

De huidige EBO-ronde loopt eind dit jaar af, maar over een vervolg is nog geen formele beslissing genomen. Toch tekenen zich al duidelijke contouren af: de EBO lijkt te evolueren van een klassiek energie-efficiëntie-instrument naar een breder kader voor klimaattransitie, energiemanagement en Europese verplichtingen. Ook de herziene Europese Energy Efficiency Directive (EED) uit 2023 speelt daarbij een belangrijke rol: in principe verlaagt ze de drempel voor verplichte energieaudits en voert voor de grootste verbruikers een verplicht energiebeheersysteem in. 

In dit artikel vatten we samen wat vandaag bekend is voor Vlaanderen, waar nog onzekerheid zit en hoe energie-intensievere bedrijven zich nu al kunnen voorbereiden. We belichten daarbij ook de impact van twee recente regelgevende ontwikkelingen: het wijzigingsdecreet van 13 februari 2026 dat de Vlaamse omzetting van de EED deels vormgeeft, en het Verzamelbesluit Energie II van eind mei 2026. 

Vandaag: EBO 2023-2026 en het energieplan als alternatief 

De Energiebeleidsovereenkomst (EBO) is sinds 2015 het centrale Vlaamse instrument voor energie-intensieve ondernemingen, in navolging van de eerdere convenanten. De huidige ronde loopt van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026 en telt momenteel een kleine 300 toegetreden vestigingen (ca. 150 VER- en 150 niet-VER-bedrijven). De drempel voor toetreding ligt op 0,1 PJ finaal energiegebruik per vestiging. 

Concreet engageert een EBO-bedrijf zich om een energieaudit te laten uitvoeren door een erkend energiedeskundige, om op basis daarvan een energieplan op te stellen en om alle rendabele maatregelen binnen vier jaar uit te voeren. De IRR-drempels (IRR na belasting) voor rendabele maatregelen liggen op 12% voor VER-bedrijven en 10,5% voor niet-VER-bedrijven; de drempel voor potentieel rendabele maatregelen op respectievelijk 10% en 9%. Voor niet-VER-bedrijven kwam daar in de lopende ronde ook een klimaatroadmap en een klimaataudit bij; voor alle EBO-bedrijven werd een restwarmtepotentieelstudie gevraagd. 

0,1 PJ-bedrijven die toegetreden zijn tot de EBO zijn vrijgesteld van verplichtingen voor energie-intensieve bedrijven: hun deelname geldt als conform verklaard energieplan. Zonder toetreding tot de EBO moeten zij volgens het Energiebesluit elke vier jaar een conform verklaard energieplan indienen bij het VEKA. Inhoudelijk lijkt dat plan op het EBO-energieplan, maar de IRR-grens voor verplichte maatregelen ligt minder streng (13% na belastingen). Ook is de opvolging wat minder strikt. De EBO biedt daar tegenover voordelen zoals een korting op de accijns en energiebijdrage op aardgas en toegang tot generieke steunmaatregelen (ecologiepremie+, strategische ecologiesteun, compensatie indirecte emissie, call groene warmte, …) die voor energie-intensieve bedrijven aan EBO-deelname gekoppeld zijn. 

Een overzicht van het huidige Vlaamse kader rond verplichte energieaudits: 

Finaal energiegebruik Huidige Vlaamse verplichting 
≥ 0,1 PJ Energieplan. EBO mogelijk als alternatief. 
0,05 - 0,1 PJ Energieaudit 
0,02 - 0,05 PJ Energiebalans 
< 0,02 PJ Geen verplichting binnen dit kader 

Wat na 2026? De politieke stand van zaken 

Op het moment van schrijven (begin juni 2026) is er nog géén concrete tekst over wat ná 31 december 2026 komt. Initieel circuleerde het idee om de EBO niet meer te verlengen. Op basis van de recente evaluatie en de sectorale gesprekken lijkt een vervolgtraject vandaag opnieuw nadrukkelijk op tafel te liggen, maar een formele beslissing van de Vlaamse Regering is er nog niet. 

Het kabinet (Bonte/Depraetere) heeft ondertussen voorzichtig aangegeven dat een eerste principiële tekst hopelijk nog voor het zomerreces van 2026 zou worden voorzien. Op de Minaraad-zitting van 12 mei 2026, waar de EBO-evaluatie werd toegelicht, klonk een pleidooi voor een vervolg-EBO met een looptijd van acht jaar.  

De evaluatie 2025: wat leert ze ons? 

In opdracht van de Vlaamse overheid werd een externe evaluatie uitgevoerd van zowel de afgelopen (2015-2022) als de lopende (2023-2026) EBO-rondes. De resultaten hiervan zijn sinds enkele maanden publiek beschikbaar. 

Een paar harde cijfers springen eruit. In de periode 2015-2022 hebben de deelnemende bedrijven samen 10,2 TWh energie bespaard, goed voor 8% van hun primair verbruik; meer dan vooraf gepland. Van de 250 aangeschreven EBO-bedrijven beantwoordden 141 ondernemingen de volledige bevraging. Een ruime meerderheid daarvan wil opnieuw deelnemen aan een toekomstig instrument. 83% ziet voor een vervolg-EBO een rol als compliance-instrument naar bestaande verplichtingen toe. 

De evaluatie legt ook de zwakkere punten bloot. Het bijkomende nut van de EBO bovenop de overige Europese energieregelgeving brokkelt af: wat vroeger typisch ‘EBO-extra’ was, is intussen vaak wettelijk verplicht. De ervaren administratieve last, vooral de rapportering en de overlap met ETS, EED en het IMJV, wordt zwaar bevonden. De "quick wins" zijn grotendeels uitgeput; resterende projecten zijn duurder en complexer en passen slecht in een vierjaarscyclus. 

De conclusie van de evaluatie is helder: het EBO-mechanisme werkt en moet worden behouden, maar het instrument moet evolueren van een puur energie-efficiëntie-kader naar een breder kader voor industriële klimaattransitie, zonder de basis aan energie-efficiëntie los te laten, en dit over een langere looptijd.

Welke contouren tekenen zich af voor de vernieuwde EBO? 

Het evaluatierapport en, in grote lijnen, ook de belangrijkste stakeholders (industrie en sectorfederaties) schuiven een aantal duidelijke bouwstenen naar voren voor een vernieuwd instrument. Zonder vooruit te lopen op de politieke beslissing, lijken volgende elementen relevant: 

  • Vrijwillig karakter behouden, maar niet vrijblijvend.
  • Modulair: een basismodule energie-efficiëntie (met jaarlijkse rapportering) en een optioneel luik klimaat (rapportering over CO₂-reductie, in lijn met de klimaatroadmaps). Eventueel later uit te breiden.
  • Looptijd 8 jaar (2 × 4 jaar) met tussentijdse evaluatie. Dit geeft de voorspelbaarheid die nodig is voor investeringen in grotere klimaatprojecten met langere terugverdientijden.
  • Geharmoniseerd rapporteringskader volgens het principe "eenmalig rapporteren": EBO-data moeten ook dienstdoen voor EED, IMJV… en omgevingsvergunning. Dit verlaagt de administratieve last zonder extra overheidsbudget.
  • Behoud van de sleutelrol van het Verificatiebureau Benchmarking Vlaanderen (VBBV) als onafhankelijke en vertrouwde tussenpartij.
  • Strakker handhaven bij niet-naleving (schorsen & heractiveren).
  • Een duidelijk, gecentraliseerd overzicht van de ‘tegenprestaties’ van de Vlaamse overheid (subsidies, kortingen …), bv. in het jaarrapport van het VBBV.

De invloed van Europa: ‘EED Recast’ en de nieuwe drempels 

Los van de Vlaamse besluitvorming over de EBO heeft Europa de lat de afgelopen jaren hoger gelegd. De herziene Europese Energy Efficiency Directive (Richtlijn (EU) 2023/1791), de zogenaamde EED Recast, verplicht de lidstaten om hun kader rond energieaudits en energiebeheersystemen aan te passen. Vlaanderen werkt intussen aan de omzetting van deze verplichtingen in het Energiedecreet en het Energiebesluit. 

De richting is daarbij duidelijk, maar de nieuwe drempels zijn vandaag nog niet effectief in voege. In de Vlaamse ontwerpteksten wordt uitgegaan van een energieauditplicht voor ondernemingen met een jaarlijks finaal energiegebruik vanaf 10 TJ, of 0,01 PJ. Voor ondernemingen met een jaarlijks finaal energiegebruik vanaf 85 TJ, of 0,085 PJ, wordt een verplichting rond een energiebeheersysteem voorzien. De effectieve toepassing van deze drempels vereist echter nog verdere verankering in het Energiebesluit en de bijhorende inwerkingtreding. 

Als deze drempels worden doorgevoerd, zal de doelgroep voor verplichte energieaudits aanzienlijk uitbreiden. Ook de huidige Vlaamse energiebalansverplichting voor bedrijven tussen 20 en 50 TJ zou dan worden vervangen door een energieauditplicht. Voor bedrijven die lager zitten de klassieke EBO-drempel kan de impact dus aanzienlijk zijn. 

Wat de energiebeheersystemen betreft, heeft het wijzigingsdecreet van 13 februari 2026 al een formele maar neutrale definitie ingevoerd in het Energiedecreet: een energiebeheersysteem is “een reeks van onderling verbonden of op elkaar inwerkende elementen van een strategie met een energie-efficiëntiedoelstelling en een strategie om die doelstelling te verwezenlijken, met inbegrip van de monitoring van het daadwerkelijke energieverbruik, de maatregelen die zijn genomen om de energie-efficiëntie te verbeteren en de metingen van de vooruitgang. Deze bewust brede formulering suggereert dat de wetgever geen specifiek systeem (zoals ISO 50001) voor ogen heeft.  

Ook blijkt uit de Vlaamse toelichting dat maximale integratie van Europese verplichtingen in bestaande Vlaamse instrumenten wordt nagestreefd. Wanneer de inhoud van een energiebeheersysteem al wordt uitgewerkt binnen bijvoorbeeld een milieubeheersysteem of een EBO, zou dit volgens het ‘only once’-principe kunnen volstaan om aan de EED-verplichting te voldoen.  

Dat maakt de mogelijke vervolg-EBO extra relevant. Een vernieuwde EBO kan immers niet alleen een instrument blijven voor energie-efficiëntie, maar mogelijk ook uitgroeien tot een centraal kader om te voldoen aan Europese verplichtingen rond energieaudit, energiemanagement, monitoring en rapportering. 

Ook heeft de Vlaamse Regering via datzelfde decreet de bevoegdheid gekregen om de drempel van 0,085 PJ/jaar, die de EED als EBS-drempel hanteert, desgewenst te verlagen. De definitieve Vlaamse drempel is dus nog niet vastgelegd. 

Een overzicht van twee relevante drempels uit de herziene EED: 

Drempel Verplichting volgens het herziene EED Omzetting binnen Vlaanderen 
> 0,01 PJ/jaar Energieaudit Vermoedelijke verlaging drempel; verdere verankering in het Energiebesluit nodig 
> 0,085 PJ/jaar Energiebeheersysteem Mogelijke verlaging drempels energieplan/EBO? Het principe van een  energiebeheersysteem maximaal enten op bestaande systemen, eerder dan ‘zware’ losstaande systemen op te leggen? Verdere verankering in het Energiebesluit nodig 

Het Verzamelbesluit Energie II van eind mei 2026 brengt heel wat concrete wijzigingen mee, maar die hebben geen rechtstreekse impact op de EBO of op de verplichte energieaudits die in dit artikel centraal staan. De relevante uitvoeringsdetails rond de EED-omzetting zullen in latere besluiten moeten volgen. 

EE1st: Energie-efficiëntie eerst 

Daarnaast introduceert de EED Recast ook het zogenaamde energie-efficiëntie-eerstbeginsel. Dit principe houdt in dat bij beleid, planning en belangrijke investeringsbeslissingen eerst moet worden nagegaan of de energievraag op een kosteneffectieve manier kan worden verminderd, vóór bijkomende energieproductie, netcapaciteit of infrastructuur wordt voorzien. In de Vlaamse ontwerpteksten wordt dit beginsel verankerd, maar de concrete toepassing voor ondernemingen moet nog verder worden uitgewerkt.  

Binnen die context kunnen bestaande en toekomstige energie-instrumenten een belangrijke rol spelen. EBO-trajecten, energieaudits, energieplannen, energiestudies in het kader van omgevingsvergunningsaanvragen en andere technische haalbaarheidsstudies zullen, zodra de uitvoeringsregelgeving er is, goede instrumenten zijn om EE1st concreet te maken. Ze brengen het verbruik, de besparingsmogelijkheden, de rendabiliteit en de bredere energie-impact van investeringen in kaart, en kunnen zo helpen aantonen dat energie-efficiëntie, restwarmte, flexibiliteit en andere vraagzijde-oplossingen voldoende werden onderzocht.  

Wat betekent dit voor je bedrijf? 

Voor energie-intensieve bedrijven is de boodschap op korte termijn duidelijk: blijf koers houden binnen de huidige EBO 2023-2026. Zorg dat het energieplan, de jaarlijkse monitoring en de openstaande verplichtingen correct worden opgevolgd. Bedrijven die hun verplichtingen niet naleven, riskeren niet alleen sancties binnen het EBO-kader, maar kunnen ook hun rechten verliezen op gekoppelde steunmaatregelen zoals ecologiepremie+, strategische ecologiesteun, compensatie indirecte emissie… Volgend op de evaluatie van de EBO is de verwachting dat hier sterker op gehandhaafd zal worden. 

Tegelijk is het verstandig om nu al vooruit te kijken naar de periode na 2026. Ook al is het nieuwe kader rond EBO, energieplannen, energieaudits en energiebalansen nog niet definitief, de richting is duidelijk: energie-efficiëntie blijft belangrijk en zal sterker gekoppeld worden aan klimaattransitie, elektrificatie, restwarmte, flexibiliteit en structureel energiemanagement. 

Concreet raden we bedrijven aan om vandaag al werk te maken van volgende punten: 

  • breng het huidige energieplan, de EBO-verplichtingen en de jaarlijkse monitoring volledig op orde;
  • inventariseer welke rendabele, potentieel rendabele en verder te onderzoeken maatregelen nog openstaan;
  • ga na of uw onderneming boven de verschillende mogelijke finale energiedrempels van 0,01 PJ, 0,02 PJ, 0,05 PJ, 0,085 PJ of 0,1 PJ valt;
  • denk tijdig na over een (pragmatisch) energiebeheersysteem, ook al is nog niet duidelijk hoe Vlaanderen dit precies zal invullen;
  • bereid grotere investeringsprojecten nu al voor, zeker wanneer ze afhankelijk zijn van netcapaciteit, warmteafzet, vergunningen, subsidies of productieplanning. Hou hierbij rekening met het ‘energie-efficiëntie-eerstbeginsel’. 

Voor EBO-bedrijven is het bovendien zinvol om nu al een brug te slaan tussen de huidige cyclus en een mogelijk vervolgtraject. Een goed onderbouwd energieplan, een actuele maatregelenlijst en een duidelijke klimaatroadmap zullen ook binnen een nieuw beleidskader waardevol blijven, en kunnen meteen worden ingezet zodra dat kader in werking treedt. Tijdig starten zorgt voor meer marge richting nieuwe verplichtingen en deadlines, en laat toe om interne en externe capaciteit beter te spreiden. 

waarom exergie de beste partner is

Sinds het begin van de energiebeleidsovereenkomsten, begeleidt Exergie energie-intensieve ondernemingen doorheen het volledige EBO-traject: van plan van aanpak, de energieaudit, het energieactieplan en de eventuele bijkomende studies tot de jaarlijkse monitoring en rapportering. Onze energiedeskundigen hebben al vele bedrijven met succes door het traject geloodst. 

We volgen de gesprekken over het vervolg van de EBO op de voet via onze rechtstreekse contacten met VEKA en via sectorfederaties of werkgroepen. Zo zorgen we ervoor dat onze klanten klaar zijn voor wat komt: of het nu gaat over het tijdig afsluiten van de huidige cyclus, over de voorbereiding van een toekomstig energiemanagementsysteem, of over de strategische investeringskeuzes die de komende klimaattransitie van je site zullen vormgeven. 

Vragen over jouw EBO-traject of over de impact van de aankomende wijzigingen op je bedrijf? Neem contact op met je vaste Exergie-contactpersoon of via info@exergie.be. 

Mail ons